Categorie: Project1

  • Natuurinclusief Betuws Boeren presenteert resultaten

    Natuurinclusief Betuws Boeren presenteert resultaten

    In het afgelopen jaar hebben 16 boomkwekers en fruittelers weer ervaring opgedaan met
    natuurinclusieve landbouw. Daarbij zetten ze zich in voor een economisch rendabel
    landbouwsysteem dat optimaal gebruik maakt van natuurlijke hulpbronnen. Zij hebben
    daarvoor de biodiversiteit vergroot op hun bedrijven door de inzaai van grasbanen,
    bloemenstroken, hagen. Verder is er organische materiaal aangevoerd voor verhoging van
    de organische stof in de bodem en het werken aan een weerbare bodem.
    De boomkwekers hebben zich speciaal gericht op de mechanische onkruidbestrijding omdat
    dit vanwege de waterkwaliteit een belangrijk thema aan het worden is. Het afgelopen jaar
    was dit vanwege de vele neerslag moeilijk uitvoerbaar op de klei. In de fruitteelt is de
    aandacht uitgegaan naar natuurlijke plaagbestrijding door te zorgen voor voldoende insecten
    in de boomgaard door het zaaien van bloemenstroken in en rond de boomgaard en aanleg
    van hagen. Wanneer dit onvoldoende resultaat geeft is gekozen voor het uitzetten van
    natuurlijke plaagbestrijders (gekweekte insecten) en het gebruik van groene middelen.
    De resultaten zijn opgeschreven in 2 leaflets. Deze kunnen hieronder gedownload worden.
    Het project is het laatste jaar mogelijk gemaakt met financiering vanuit Duurzaam Agrarisch
    Waterbeheer (DAW) en Greenport Gelderland. Evenals de vorige jaren is ANV Lingestreek
    weer de initiatiefnemer voor dit project geweest en heeft de uitvoering met teelt adviseurs
    plaatsgevonden.

  • Betuwse ondernemers presenteren hun ervaringen met natuurinclusieve landbouw

    Betuwse ondernemers presenteren hun ervaringen met natuurinclusieve landbouw

    De 24 deelnemers aan het project ‘Natuurinclusief Betuws Boeren’ hebben na drie jaar experimenteren met het toepassen van natuurinclusieve maatregelen op hun bedrijf de balans opgemaakt. Boomkwekers, fruittelers, akkerbouwers en melkveehouders hebben tijdens een slotbijeenkomst hun resultaten met elkaar gedeeld. De ervaringen zijn gebundeld in vier overzichtelijke kennisflyers.

    De afsluitende bijeenkomst stond in het teken van de behaalde resultaten. Uit elke sector heeft een deelnemer zijn ervaringen toegelicht en ging daarna de met deelnemers in de zaal de discussie aan.

    Een van de deelnemers verwoordde het prachtig: ”Het heeft mij bewust gemaakt van het feit dat we bewuster om moeten gaan met de natuur.” Het was dan ook voor hem een eye-opener toen hij ontdekte wat voor negatieve gevolgen het gebruik van chemische middelen heeft op insecten en het bodemleven. Natuurinclusief ondernemen vraagt om een andere mindset. De boomgaarden, in de boomteelt en fruitteelt, zien er tegenwoordig door het toepassen van maatregelen anders uit. Het bestaat nu uit grasbanen en bloemenstroken. Dat is voor menig teler even wennen.

    Mechanische onkruidbestrijding

    De deelnemers uit de boomteelt, fruitteelt en akkerbouw gaan in op de verschillende mogelijkheden om onkruid mechanisch te bestrijden. Op dit gebied is al de nodige ervaring opgedaan. Daarbij komen er steeds meer nieuwe en betere machines bij. Dit levert een besparing op in het gebruik van herbiciden. Bij de natuurlijke plaagbestrijding doen de deelnemers ervaring op met de toepassing van bloemranden, en willen hiermee het aantrekken van natuurlijke vijanden bevorderen. Het ontwikkelen en ontsluiten van (nieuwe) kennis is hierbij van groot belang. Dat geldt ook voor het monitoren van insecten in het veld. In de melkveehouderij is gewerkt aan productief kruidenrijk grasland, als alternatief voor de raaigrassen.

    De ervaringen uit de vier sectoren zijn gebundeld in 4 leaflets. Download hier de flyers met ervaringen, advies en tips uit de praktijk:

    Werken aan weerbare teeltsystemen

    Helma Verberkt, directeur van Artemis geeft een reflectie op de ervaringen en onderwerpen waar de deelnemers de afgelopen jaren aan hebben gewerkt. Haar visie daarbij is dat de omslag naar weerbare planten en teeltsystemen in de land- en tuinbouw met biologie als basis essentieel is om te voldoen aan de maatschappelijke wensen op het gebied van verduurzaming.

    Zij spreekt haar waardering uit voor de onderwerpen waaraan gewerkt is, om te voldoen aan de toekomstige eisen en wetgeving. Hoe dan ook de inzet van gewasbeschermingsmiddelen zal minder worden. Hierdoor wordt de transitie naar weerbare planten en teeltsystemen belangrijker. Dat betekent in de praktijk:

    • Samenwerken met de natuur
    • Biologische buffering
    • Inspiratie voor een gezonde toekomst voor maatschappij, milieu en teler.

    Zij ziet dat alle sectoren in het project werken aan een betere bodem door meer aandacht te hebben voor het bodemleven. Voor het monitoren van insecten verwijst zij naar de ontwikkeling van geautomatiseerde monitoringssystemen in de glastuinbouw. De toepassing van natuurlijke plaagbestrijding brengt risico’s met zich mee. Zij geeft aan dat het belangrijk is een risicobeheersplan te maken voor het geval natuurlijke plaagbestrijding niet genoeg is.

    Zij wenst de deelnemers veel succes met hun verkenningstocht naar weerbare teeltsystemen en sluit af met de woorden:

    Wie met zijn hoofd boven het maaiveld komt, ziet nog eens wat!

    Deelnemers willen verder

    De Agrarische natuurvereniging Lingestreek, mede initiatief nemer van het project kijkt met anderen naar een vervolg. De deelnemers willen graag informatie blijven uitwisselen tussen de sectoren en zien als belangrijk thema bodem in combinatie met het bodemleven voor weerbare teeltsystemen naar de toekomst.

  • Fruittelers en boomkwekers kijken naar inzet natuurlijke plaagbestrijders

    Fruittelers en boomkwekers kijken naar inzet natuurlijke plaagbestrijders

    Fruittelers en boomkwekers hebben zich binnen het netwerk ‘Natuurinclusief Betuws Boeren” zich in twee avonden verder verdiept in natuurlijke plaagbestrijding. Deze ondernemers hebben zich laten informeren over de inzet van gekweekte insecten voor plaagbestrijding. Ook zijn ze met hun loep op zoek gegaan naar de verschillende insecten in de boomgaard en de kwekerij.

    Door het vergroten van de biodiversiteit door o.a. inzaai van bloemenmengsels en grasbanen in de kwekerij is de afgelopen jaren hard gewerkt aan natuurlijke plaagbestrijding. Het aantal nuttige insecten nemen toe doordat de leefomstandigheden van deze insecten verbeteren. Deze insecten kunnen een bijdrage leveren aan een natuurlijke plaagbestrijding in boomgaard en de kwekerij. Het grote voordeel is dat deze insecten geen schade aanrichten, terwijl sommige insecticiden dit wel doen. Voor bestrijding van brandhaarden / plagen is het soms toch noodzakelijk om in te grijpen om kwaliteitsschade aan het eindproduct en groeiverlies in de boomkwekerij te voorkomen. Het is kiezen voor een groen middel kan dan een optie zijn, omdat deze zo weinig mogelijk schade veroorzaken aan de nuttige insecten. Ook een correctie uitvoeren met een selectief chemisch middel hoeft geen probleem te zijn, mits deze veilig zijn voor de natuurlijke vijanden.                                                                                                           

    Inzet gekweekte insecten

    Een andere mogelijkheid is de inzet van  gekweekte nuttige insecten. Het bedrijf Koppert doet hier onder ander onderzoek naar. Zij zetten gekweekte natuurlijke plaagbestrijders in voor diverse teelten zowel in kassen als in open teelten. Tim Bos onderzoeker bij Koppert vertelt ons over hun onderzoek en ervaringen. Allereerst geeft hij aan in welke landen en teelten zij  onderzoek doen naar de inzet van gekweekte insecten voor natuurlijke plaagbestrijding. Naast de glastuinbouw wordt nu ook gewerkt aan plaagbestrijding in de vollegrondsgroenteteelt en akkerbouw. In het onderzoek richten ze zich op welke nuttige plaaginsecten/organismen in te zetten zijn bij natuurlijke plaagbestrijding. Bij de inzet van gekweekte insecten kiezen ze binnen voor een hogere dosering voor een effectieve bestrijding en buiten voor een lagere dosering met als doel het voorkomen van grote schade. Ook doen zij onderzoek naar de aanpak van perenbladvlo. Voor de bestrijding kunnen veel verschillende soorten natuurlijke vijanden ingezet worden. 

    Stimuleren van natuurlijke vijanden

    Voor het stimuleren van natuurlijke vijanden is van belang:

    • Gewasbeschermingsmiddelen gebruiken die voldoen aan de criteria van integreerbaarheid
    • Aanbieden van alternatieve voedingsbronnen
    • Zorgen voor “winter” schuilplaatsen
    • Plantdiversiteit
    • Uitzetten van natuurlijke bestrijders

    Op zoek naar insecten

    Op de tweede avond hebben deelnemers gekeken welke insecten er leven in de kwekerij. De deelnemer gingen voortvarend van start. Ze schudden eerst de insecten uit de boom en deze werden vervolgens opgevangen op platen. Vervolgens zijn deze met de zelf meegenomen of uitgereikte loep gedetermineerd. Men is verrast door het grote aantal en verschillen aan insecten die in de kwekerij voorkomen. Door het zelf doen van waarnemingen zien ze nu des te meer hoe belangrijk het is om deze zoveel mogelijk te sparen en goed na te denken over de gevolgen van een bespuiting met insecticiden . Daarbij is het van belang om te weten welke chemische middelen schadelijk kunnen zijn voor natuurlijke vijanden. Het was een leerzame avond die voor alle aanwezige deelnemers werd gezien als zeer interessant en eye-opener.

  • Kennen en herkennen van (nuttige en schadelijke) insecten

    Kennen en herkennen van (nuttige en schadelijke) insecten

    Fruittelers en boomtelers hebben samen een verdiepingsslag gemaakt op het gebied van natuurlijke plaagbestrijding. Tijdens een bijeenkomst in het kader van het project Natuurinclusief Betuws Boeren heeft Mariken Schenkeveld van Schenkeveld Natuurlijk Advies de 22 aanwezigen kennis laten maken met de meest voorkomende insecten en de invloed van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op deze insecten.

    Bij de start van de avond zijn de resultaten van het project kort toegelicht aan de hand van 3 speerpunten:

    • natuurlijke plaagbestrijding incl. bloemenstroken
    • mechanische onkruidbestrijding
    • organische stof in de bodem

    In 2023 gaan de deelnemers met deze drie bovengenoemde speerpunten aan de slag op hun eigen bedrijf. Ze kunnen dit jaar meer organische mest aanvoeren, aangezien de waardering voor fosfaat voor vaste mest en compost is aangepast binnen de mestwetgeving. Fosfaat in compost telt nu voor 25%, dat was voorheen 50% en fosfaat uit vaste strorijke mest telt nu voor 75%, dat was 100. Dit kan bijdragen tot meer organische stof in het bodem.

    Voor het verbeteren van de organische stof in de bodem is de toepassing van groenbemesters in de periode na de rooi van de bomen een goede maatregel.

    Door een mengsel te kiezen met kruiden/bloemen kan dit in het voorjaar en zomer een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit.

    Herkennen van insecten

    Mariken Schenkeveld heeft de deelnemers vervolgens een overzicht gegeven van de meest voorkomende insecten in de boomteelt en fruitteelt. Het gaat daarbij zowel om de schadelijke als de nuttige. Aan bod zijn gekomen: bladluis, trips, galmug, spint en mijten en de belangrijkste natuurlijke vijanden van deze plagen zoals bijvoorbeeld het lieveheersbeestje, gaasvliegen en roofmijten. Van deze insecten en mijten zijn de belangrijkste kenmerken toegelicht.

    De deelnemers in het project zijn voorzichtig met het gebruik van fungiciden en insecticiden. Ze streven naar een zo goed mogelijk natuurlijk evenwicht van insecten in de kwekerij.  Ook met de keuze van de gewasbeschermingsmiddelen is hierin onderscheid te maken om nuttigen te behouden. Daarbij wordt verwezen naar de website met de neveneffecten van gewasbeschermingsmiddelen op de natuurlijke vijanden.

    Voor de herkenning van de insecten konden de deelnemers dit praktisch oefenen met het bekijken met een loep van meegebrachte natuurlijke vijanden in bakjes.

    Het vervolg op deze bijeenkomst is dat de deelnemers in het groeiseizoen in de praktijk gaan kijken welke insecten er aanwezig zijn en of er eventueel bijsturing nodig is.

  • Experimenteren met groenbemesters

    Experimenteren met groenbemesters

    Akkerbouwer Gerrit van de Westeringh in Zennewijnen heeft in 2022 tien stroken aangelegd met verschillende soorten groenbemesters. Dit was een experiment binnen het project Natuurinclusief Betuws Boeren. In het najaar van 2022 zijn deelnemers en andere geïnteresseerden op dit akkerbouwbedrijf tijdens een themamiddag bijgepraat over het toepassen van groenbemesters.        

    Groenbemesters leveren een bijdrage aan het in stand houden of verbeteren van de bodemstructuur en bodemvruchtbaarheid. Daarnaast kunnen groenbemesters na de teelt van een hoofdgewas nog aanwezige nutriënten in de bodem opnemen en vastleggen zodat nutriënten niet uitspoelen. Met het inwerken van een groenbemester in de grond wordt tevens (effectieve) organische stof toegevoegd aan de bodem.

    Op 8 augustus 2022 zijn 4 enkelvoudige en 6 mengsels van groenbemesters gezaaid op het perceel van dit akkerbouwbedrijf:

    1. Gele mosterd
    2. Bladrammenas
    3. Facelia
    4. Japanse haver
    5. LG Greencover NKG (50% zonnebloem, 20% facelia, 20% gele mosterd en 10% vlas)
    6. NKG biodivers Ten Have (41% wikke, 15% vlas, 15% facelia, 12% alexandrijnse klaver, 3% zwaardherik, 5% niger, 3% deder, 3% tuinkers en 3% serandella)
    7. Terralife Solarigol (35% zomerwikke, 8% alexandrijnse klaver, 7% vlas, 14% tillage rammenas, 1% deder, 15% niger en 20% japanse haver)
    8. Terralife Warm Season: 4% ethiopische mosterd, 6% alexandrijnse klaver, 14% vlas, 30% zomerwikke, 25% sorghum en 18% niger.
    9. Gele mosterd en Facelia in de gewichtsverhouding 60-40%
    10. Gele mosterd, Facelia en Boekweit in de gewichtsverhouding: 36-18-46%

    De groenbemesters zijn gezaaid met een combinatie van voorzetwoeler, rotorkopeg en pneumatische zaaimachine. De grond is vooraf met de voorzetwoeler bewerkt tot een diepte van 30 centimeter.

    Zaaien van de groenbemesters op 8 augustus 2022

    Themamiddag groenmesting

    Op maandag 31 oktober vond een themamiddag plaats, waarbij bodemdeskundige Albert Jan Olijve en begeleider van de akkerbouwgroep binnen NBB, Gerard Meuffels, 15 akkerbouwers en belangstellenden bij zijn gepraat over de keuze van groenbemester. Ze zijn het veld ingegaan en hebben gezien wat de boven- en ondergrondse ontwikkeling was van de verschillende groenbemesters.

    Uitleg door Albert Jan Olijve (van Tafel naar Kavel) tijdens de themamiddag groenbemesters op 31 oktober 2022.
     

    Resultaten enkelvoudige mengsels

    De enkelvoudige groenbemesters gele mosterd, bladrammenas, facelia en Japanse haver waren bovengronds goed ontwikkeld. Ondergrond waren mooie verschillen zichtbaar, waarbij gele mosterd en bladrammenas een beworteling tot 30-40 cm lieten zien. Hierbij was goed te zien dat de wortels van de groenbemesters door poriën en scheuren in de grond liepen, die enerzijds ontstaan zijn bij de grondbewerking en anderzijds door wormen zijn gemaakt. Gele mosterd vormt in tegenstelling tot bladrammenas geen dikke penwortel, maar kan bij een compacte bodemlaag wel door kleine breukvlakken door deze laag groeien. Op het demoperceel valt op dat de gele mosterd een diepe beworteling laat zien. Gele mosterd is zeer vorstgevoelig, waardoor bij een vroege vorst in het najaar het gewas afsterft. Door de lage koolstof/stikstofverhouding (C/N-verhouding) komt de vertering na bewerking of afvriezen snel op gang. Hierdoor kan de door de groenbemester vastgelegde stikstof vrijkomen, voordat het volggewas deze stikstof kan benutten. Dit kan leiden tot uitspoeling van stikstof. Bladrammenas is minder vorstgevoelig, maar bij strenge vorst sterft bladrammenas ook af.

    Ondergrondse ontwikkeling van Gele mosterd
    Ondergrondse ontwikkeling van bladrammenas.

    Facelia geeft vooral oppervlakkige een intensievere beworteling, wat leidt tot een mooie structuur van de bovenste grondlaag. Ook bovengronds produceert Facelia minder biomassa dan gele mosterd en bladrammenas. Uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat Facelia gemiddeld 675 kg/ha effectieve organische stof (EOS) produceert en gele mosterd en bladrammenas 875 kg/ha EOS.

    Japanse haver toont ook een meer intensieve beworteling, vooral in de bovenste grondlaag. In de profielkuil is goed te zien dat in een goed bewerkte grond de wortels ook de diepte zoeken. Het valt ook op dat Japanse haver in korte tijd bovengronds veel biomassa produceert. Japanse haver overleeft een matige tot strenge vorstperiode niet. Omdat het gewas meer vezelrijk is (hogere C/N verhouding) breekt het gewas minder snel af. Dit maakt het gewas ook tot een goed stikstofvanggewas.

    Resultaten mengsels

    Opvallend is dat sommige soorten in de mengsels niet of matig tot ontwikkeling zijn gekomen. Een oorzaak hiervoor is de lange droge periode in augustus. Begin september viel pas de eerste regen. Enkele soorten zijn niet meer gekiemd en andere soorten zijn als gevolg van de afnemende daglengte niet meer volledig tot ontwikkeling gekomen. Albert Jan Olijve geeft aan dat dit beeld vergelijkbaar is als in de Flevopolder, waar enkele soorten niet zijn opgekomen.

  • Zoektocht naar meer kennis rondom natuurlijke plaagbestrijding

    Zoektocht naar meer kennis rondom natuurlijke plaagbestrijding

    Deelnemers aan het project Natuurinclusief Betuws Boeren zijn begin juni het veld in gegaan om te ontdekken wat het effect is van het toepassen van bloemenstroken en heggen voor natuurlijke plaagbestrijding. Guido Sterk, onderzoeker geïntegreerde gewasbescherming van IPM Impact uit Vlaanderen, nam de boom- en fruittelers mee en ging de discussie aan.      

    De bijeenkomst start met een bezoek aan een fruitboomgaard. Op het perceel met appels pakt de fruitteler de plaagbestrijding zoveel mogelijk geïntegreerd aanpak aan. Om dit goed te doen is het waarnemen van de verschillende aanwezige insecten in de boomgaard erg belangrijk.  

    De meest praktische methode om het aantal en soorten insecten te screenen is door te schudden aan de takken en tegelijk deze insecten op te vangen, ook wel klopmonsters genoemd. Vervolgens pak je een loep en screen je het monster. Deze methode vereist wel veel kennis over insecten van zowel de teler als de adviseur. Deze werkwijze geeft een goede momentopname en werkt beter dan de inzet van vangplaten. Deze platen werken vooral goed om de geveugelde insecten in beeld te brengen. Deze worden hier vaak op aangetroffen.

    Op basis van de resultaten van verschillende waarnemingen is de conclusie dat er een goed biologisch evenwicht is, ondanks dat er naast de goede insecten ook een aantal schadelijke insecten waargenomen zijn.

    Discussie rondom bloemenstroken

    De toepassing van bloemenstroken voor het aantrekken van bijen en andere nuttige insecten geeft een flinke discussie onder de aanwezigen. Een belangrijk vraagstuk is of de bloemen- en kruidenranden wel de juiste insecten aantrekken, die bijdragen aan het bestrijden van plagen en of ze wel op het juiste moment aanwezig zijn. Een andere belangrijke vraag is of deze plaagbestrijders wel de schadelijke insecten uit bomen opeten, of juist liever hun voedsel halen uit de bloemenstrook. Om dit laatste zoveel mogelijk te voorkomen is actief beheer van de bloemenstrook noodzakelijk. Dat betekent in de praktijk dat er tijdig gemaaid moet worden. Daarnaast is een veel gehoorde opmerking uit dat groep dat er nog veel kennis nodig is. Er ontbreekt nog de nodige wetenschappelijk kennis over het effect van bloemenranden bij natuurlijke plaagbestrijding. Toch bestaat er de indruk bij de aanwezige deelnemers dat het wel effect heeft in de praktijk.

    Brandhaarden vragen om andere aanpak

    De aanpak van bestrijding van brandhaarden blijft een belangrijk aandachtspunt. Bestrijding is nodig, maar beperk het alleen tot de haard. Dan blijft in het overige deel van het perceel de natuurlijke opbouw zoveel mogelijk intact. Door de inzet van sensoren / en camera’s kunnen de middelen nauwkeurig gedoseerd worden. Deze technieken zijn nog volop in ontwikkelingen.

    Bezoek aan een boomkwekerij

    In de middagdeel bezoeken de deelnemers een boomkwekerij. Hier zien ze een jonge bloemenstrook, die volgens de kweker wel effect heeft op het aantrekken van insecten. Ze spreken direct af later in het jaar het resultaat opnieuw te bekijken.

    Rond het terrein met potplanten en jonge bomen is een heg geplant. Dit is een goede aanpak voor de natuurlijke bestrijding. Het is advies is om in de haag ook Rosa rugosa, oftewel rozebottel aan te gaan planten. De kweker zal deze optie zeker meenemen bij het planten van een heg bij het nieuw aan te leggen containerveld. In de boomkwekerij is net als in de fruitteelt ook gekeken naar het monitoren van de plaaginsecten en de natuurlijke vijanden. Op deze boomkwekerij was perenbladvlo een item. Gezien de druk en de aanwezige roofwantsen (Orius) zou er volgens Guido Sterk geen bestrijding nodig zijn, aangezien er volgens hem voldoende biologisch evenwicht is. Deze boomkweker durft relatief weinig gewasbeschermingsmiddelen in te zetten. Dus past deze aanpak goed bij deze ondernemer en zijn teelt.

    Minder middelen in kersen geen optie dit jaar

    Minder middelen inzetten in de kersen in pot blijkt dit jaar een stuk lastiger in de praktijk. De luisdruk is dit voorjaar erg hoog en bovendien kun je in de pot geen buffer opbouwen met natuurlijke vijanden. Het aanleggen van aan haag met onder ander rozebottel aan de rand van het containerveld kan hier een goede aanvulling zijn op dit bedrijf, waardoor deze kweker waarschijnlijk minder correctiemiddelen hoeft in te zetten. Al met al een prachtige en leerzame dag met mooie discussies. Genoeg stof tot nadenken met honger naar meer (wetenschappelijke) kennis.

  • Succesvolle demonstratie mechanische onkruidbestrijding in boom- en fruitteelt

    Succesvolle demonstratie mechanische onkruidbestrijding in boom- en fruitteelt

    Meer dan 60 boomkwekers en fruittelers maakten dit voorjaar kennis met verschillende manieren van mechanische onkruidbestrijding tijdens een drukbezochte demonstratie bij Boomkwekerij Crum in Dodewaard. De bijeenkomst was georganiseerd door de werkgroep Onderzoek & Innovatie van TCO en het project Natuurinclusief Betuws Boeren (NBB), initiatief van ANV Lingestreek en De Fruitmotor.    

    In het project Natuurinclusief Betuws Boeren werken 6 ondernemers aan een aantal praktische toepassingen van natuurinclusieve landbouw. Ze zijn aan de slag gegaan met

    • natuurlijke plaagbestrijding door aanleg van bloemenstroken en -randen in en rond de percelen.
    • mechanische onkruidbestrijding en aanleg/onderhoud van grasbanen.
    • het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem.

    Op de demonstratie zagen de fruit- en boomtelers verschillende machines, die het onkruid mechanisch te lijf gingen.

    Veel belangstelling voor de machines

    De volgende machines zijn getoond:

    1. Machine van Otto de Vree

    2. ZRS-machine van Van Tuijl innovations

    3. Damcon met de SF-schoffel met vingerwieders

    4. Reinieri schoffelmachine

    Bij alle machines is een toelichting gegeven over de werking en de juiste afstelling. In het onderstaande filmpje zie je hoe de verschillende machines hun werk doen. Er was veel interesse vanuit de deelnemers. Zij stelden veel vragen. Hieruit blijkt wel dat ze vooraf goed geïnformeerd willen worden, voordat ze een keuze maken, welke machine ze het best past binnen hun bedrijfsvoering. Uit de belangstelling voor deze bijeenkomt blijkt wel dat mechanische onkruidbestrijding leeft onder de fruit- en boomtelers. Ze volgen de ontwikkelen op de voet en zijn bereid hierin te investeren.

    In bijgaande video gemaakt door Arno Engels zijn de machines te zien die gedemonstreerd zijn.

  • Veldbijeenkomst productief kruidenrijk grasland

    Veldbijeenkomst productief kruidenrijk grasland

    Melkveehouders van het project Natuurinclusief Betuws Boeren hebben een bezoek gebracht aan kruidenrijke graspercelen op het bedrijf van Emiel Stam in Spijk (gem. Zevenaar). Tijdens deze middag lag de focus op het uitwisselen van kennis en ervaringen rondom kruidenrijk grasland. Alles kwam aan de orde van inzaai tot het effect op diergezondheid en kwaliteit van de melk.

    Doel van kruidenrijk grasland

    Melkveehouders gaan vaak tweeledig aan de slag met kruidenrijk grasland door:

    • Inzet van extensief gebruik in het kader van agrarische natuurbeheer. Het gaat dan om graslanden met uitgestelde maaidatum voor het weidevogelbeheer, of extensieve beweiding. Deze percelen mogen de ondernemers vaak niet bemesten of alleen vaste mest opbrengen. Voor het weidevogelbeheer is een open structuur belangrijk voor de jonge vogels. De opbrengst is vaak minder dan 7 ton/ds/ha.
    • Inzet van intensief gebruik in de vorm van productief kruidenrijk grasland. Deze percelen mogen ondernemers wel bemesten en ze streven naar een hoge productie. Inzaai vindt plaats met een mengsel van gras en 10-30 kruiden. Deze ingezaaide percelen worden gebruikt voor maaien en beweiden.

    Ervaringen met productief kruidenrijk grasland bij Stam

    Emiel Stam heeft nu vier jaar ervaring met productief kruidenrijk grasland. Voor de start is veel kennis verzameld over de samenstelling van het kruidenmengsel. Daarbij is er rekening gehouden met de grondsoort en daarbij is gelet op de pH van de grond. Kruiden doen het beter bij een hogere pH. Ze worden alleen bemest, indien dat nodig is. Het moment van inzaaien is het najaar. Deze ondernemer heeft goede ervaringen met het inzaaien op zwarte grond. Daarnaast gebruikt hij mengsels met wel dertig verschillende kruiden. Dit doet hij om de aantrekkelijkheid van het landschap te vergroten en de biodiversiteit te verbeteren. Bij het zaaien is het belangrijk het zaad goed te mengen. Per hectare wordt de machine opnieuw gevuld met het mengsel van zaden. De bemesting vindt plaats met dierlijke mest en zijn verdeeld over 2 giften en vervolgens aangevuld met een kleine hoeveelheid kunstmest.

    Weiden en inkuilen

    Veehouder Stam laat zijn dieren grazen op de kruidenrijke graspercelen, terwijl hij deze percelen ook maait en dit gras vervolgens inkuilt. Bij de beweiding valt het op dat de koeien de kruiden selectief opvreten, dat kan per dier verschillend zijn. Emiel streeft ernaar de resten na de weidegang af te maaien en afhankelijk van het weer deze te oogsten.

    Bij het maaien en inkuilen probeert hij de brokkelverliezen zoveel mogelijk te voorkomen en kiest daarvoor een maaihoogte van ongeveer 12 centimeter. Hij maakt hierbij gebruik van een maaier, die in één gang het gras in wiersen legt. Het is het belangrijk na het maaien het gras direct in wiersen te leggen en vervolgens de volgende dag in te kuilen. Door te kiezen voor deze korte droogperiode ontstaan er nog geen harde stengels, dat zorgt ervoor dat de dieren het graag willen eten.

    De ervaring is dat in een droge periode de kruiden het beter doen, en in natte perioden de grassen. Dit heeft ook te maken met de hoge ligging van de dunne laag klei op het zand op dit bedrijf in Spijk.

    Voor het vervolg van het project Natuurinclusief Betuws Boeren zien de deelnemers graag een antwoord op de volgende vragen: Is doorzaai nodig wanneer het aandeel kruiden in het perceel afnemen? Ook moet uit de praktijk nog blijken kruiden het best passen op de grondsoort van zijn bedrijf?

    Verdienmodel

    De opbrengsten van het kruidenrijk gras zijn vergelijkbaar met Engels raaigras wanneer dit productiegras niet maximaal bemest wordt. Ook ervaart Stam in de praktijk dat zijn kruidenrijke graspercelen minder droogtegevoelig zijn. Voor de analyse van de voederwaarde is nog een verfijning nodig. De eerste indruk is wel dat deze wat lager ligt. De kosten voor het zaaizaad zijn aanzienlijk hoger dan reguliere mengsels.  

    Het verdienmodel voor Stam bestaat dan ook uit de volgende onderdelen:

    • Een financiële bijdrage voor een gevarieerder landschap;
    • Betere diergezondheid wat leidt tot lagere diergezondheidskosten;
    • Meeropbrengsten uit de verkoop van de producten uit zijn eigen zuivelbereiding (korte keten)

  • Natuurinclusieve fruittelers verdiepen zich verder in bloemenstroken

    Natuurinclusieve fruittelers verdiepen zich verder in bloemenstroken

    Eind april brachten enkele fruittelers een bedrijfsbezoek aan Gerrit de Geus Verweij uit Deil. Hier wisselden ze hun leerervaring met elkaar uit in het kader van het project Natuurinclusief Betuws Boeren.

    De voorlopige conclusies:

    • De bloemenrand levert al binnen een jaar meerwaarde voor bestuivers
    • Effect op bestuiving en oogstopbrengst kostte enkele jaren. Dit vraagt om geduld en zorgvuldig meerjarig beheer.
    • De huidige bloemranden hebben beperkte oppervlakte. Testen met een grotere oppervlakte is de moeite waard.
    • De (extra) kosten zijn terug te verdienen. Financiële winst is verwaarloosbaar, maar er is wel biodiversiteitswinst.

    Bloemenstroken belangrijkste onderwerp van gesprek

    Het nut en het beheer van de bloemenstroken is het belangrijkste thema in de discussie, naast het verhogen van de organische stof en mechanische onkruidbestrijding. Het zijn de drie thema’s waar ze aan werken. Ze zien de noodzaak het beheer van de bloemenstroken af te stemmen op een betere leefomgeving voor de nuttige insecten voor hoofdzakelijk de plaagbestrijding, maar ook bestuiving speelt een belangrijke rol.

    Aandacht voor beheer en maaibeleid…

    De deelnemers hebben inmiddels meerdere jaren ervaring met de bloemenstroken in de boomgaard. Na het opdoen van de ervaring met de aanleg van de bloemenstroken ligt de aandacht nu op het beheer: wanneer en hoe moet je maaien? Doel is om de natuurlijke vijanden tijdig het gewas in te krijgen en tegelijkertijd de bloemenstroken jarenlang effectief te houden. De deelnemers hebben behoefte aan nader onderzoek naar het effect van gevarieerd maaien, bijvoorbeeld op de Proeftuin Randwijk.

    …levert nog veel vragen op

    Voor de natuurlijke plaagbestrijding en het aantrekken van bijen voor de bestuiving is het nodig meer variatie in beheer aan te brengen in de bloemenstroken. Tot nu toe zijn vaak alle stroken tegelijk gemaaid. Maar gedeeltelijk of gefaseerd maaien van de stroken geeft een betere leefomgeving voor de insecten en de (wilde) bijen. Met de keuze voor het tijdstip van maaien is daarnaast te regelen dat natuurlijke plaagbestrijders en bijen op het goede moment de bomen opzoeken. Hoe dat te doen en met welk effect, daar zijn nog veel vragen over.

    Soms toch gewasbeschermingsmiddelen

    De deelnemers zien dat het tijd vraagt voor er een goede natuurlijke balans is gevonden met de aanwezigheid van nuttige insecten voor natuurlijke plaagbestrijding. De nuttige insecten moeten alle kans krijgen hun werk goed te doen. Lukt ze het niet de heersende plaag goed te bestrijden, dan grijpt de teler naar gewasbeschermingsmiddelen die goed integreerbaar zijn. Zit er niks anders op, dan kan het noodzakelijk zijn om gewasbeschermingsmiddelen in te zetten die in mindere mate integreerbaar zijn, dit om oogstderving te voorkomen.

    Evenwicht verstoord of kracht van de natuur

    Echter kan met gewasbeschermingsmiddelen het natuurlijk evenwicht in de boomgaard verstoord worden. Het vraagt dan tijd voordat de natuur weer hersteld is. Als mogelijk is het beter een brandhaard alleen op die plaats te behandelen en niet het hele perceel. Nieuwe technieken die in ontwikkeling zijn, kunnen hier mogelijk in gaan helpen, bijvoorbeeld het scouten van het gewas. De telers in het netwerk zijn hier door de jaren heen steeds meer bewust geraakt van de kracht van de natuur, evengoed dat je moet leren hier goed mee om te gaan. Het vraagt om de juiste kennis van de teler om dit goed te kunnen beoordelen.

    Genoeg wilde bestuivers dankzij bloemenstroken

    Ook is nog gekeken en gesproken over de bestuiving, de appels stonden nog mooi in bloei. Volgens teler Gerrit heeft hij de inzet van honingbijen dit jaar volledig achterwege kunnen laten. Dit omdat de bloemenstroken, in zijn alweer drie jaar oude mengsel, veel meer wilde bestuivers aantrekken. Daarnaast heeft hij twee jaar geleden in de grasbaan madeliefjes gezaaid. “Dat duurde even, maar dit seizoen was het volledig wit in de grasbaan en zoemde het volop”.

    Snoeihout blijft onder de bomen

    Om meer organische stof in de bodem te krijgen kiezen een aantal deelnemers ervoor het fijne snoeihout onder de bomen te laten liggen. Het grovere hout wordt versnipperd. Het heeft even tijd nodig, maar de bodem zie je ten goede veranderen, aldus de telers. Enkele telers willen het maaisel met een simpele aanpassing aan de machine het maaisel verspreiden over de zwartstroken onder de bomen. Dit verschraalt de bloemenstroken en levert twee voordelen op. Ten eerste verhoogt het het organisch stofgehalte. Ten tweede biedt het schuilgelegenheden aan voor natuurlijke vijanden.

    Verdienmodel met bloemenstroken

    WageningenUR doet onderzoek naar de verdienmodellen met de toepassing van bloemenstroken en natuurlijke plaagbestrijding. Het eerste onderzoek heeft plaatsgevonden voor de aanpak in de blauwe bessen. Onderzoeker Arjen de Groot heeft tijdens het bedrijfsbezoek een korte presentatie gegeven van het onderzoek. Daarbij is gekeken naar de invloed op de bestuiving, natuurlijke plaagbestrijding, behoud biodiversiteit en aantrekkelijkheid van het landschap.

    Bemoedigende resultaten

    Tijdens het bedrijfsbezoek bespraken de telers dat ze biodiversiteit juist willen en het goed mogelijk nog eens beloond gaat worden. Daarnaast probeert elke ondernemer het beheer slimmer en kostenefficiënter uit te voeren. Al met al waren er heel bemoedigende resultaten van dit onderzoek. In het najaar komt een soortgelijk onderzoek bij hardfruittelers in de Betuwe naar buiten. De groep kijkt uit naar de resultaten daarvan.