Categorie: Projecten

  • Succesvolle demonstratie mechanische onkruidbestrijding in boom- en fruitteelt

    Succesvolle demonstratie mechanische onkruidbestrijding in boom- en fruitteelt

    Meer dan 60 boomkwekers en fruittelers maakten dit voorjaar kennis met verschillende manieren van mechanische onkruidbestrijding tijdens een drukbezochte demonstratie bij Boomkwekerij Crum in Dodewaard. De bijeenkomst was georganiseerd door de werkgroep Onderzoek & Innovatie van TCO en het project Natuurinclusief Betuws Boeren (NBB), initiatief van ANV Lingestreek en De Fruitmotor.    

    In het project Natuurinclusief Betuws Boeren werken 6 ondernemers aan een aantal praktische toepassingen van natuurinclusieve landbouw. Ze zijn aan de slag gegaan met

    • natuurlijke plaagbestrijding door aanleg van bloemenstroken en -randen in en rond de percelen.
    • mechanische onkruidbestrijding en aanleg/onderhoud van grasbanen.
    • het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem.

    Op de demonstratie zagen de fruit- en boomtelers verschillende machines, die het onkruid mechanisch te lijf gingen.

    Veel belangstelling voor de machines

    De volgende machines zijn getoond:

    1. Machine van Otto de Vree

    2. ZRS-machine van Van Tuijl innovations

    3. Damcon met de SF-schoffel met vingerwieders

    4. Reinieri schoffelmachine

    Bij alle machines is een toelichting gegeven over de werking en de juiste afstelling. In het onderstaande filmpje zie je hoe de verschillende machines hun werk doen. Er was veel interesse vanuit de deelnemers. Zij stelden veel vragen. Hieruit blijkt wel dat ze vooraf goed geïnformeerd willen worden, voordat ze een keuze maken, welke machine ze het best past binnen hun bedrijfsvoering. Uit de belangstelling voor deze bijeenkomt blijkt wel dat mechanische onkruidbestrijding leeft onder de fruit- en boomtelers. Ze volgen de ontwikkelen op de voet en zijn bereid hierin te investeren.

    In bijgaande video gemaakt door Arno Engels zijn de machines te zien die gedemonstreerd zijn.

  • Veldbijeenkomst productief kruidenrijk grasland

    Veldbijeenkomst productief kruidenrijk grasland

    Melkveehouders van het project Natuurinclusief Betuws Boeren hebben een bezoek gebracht aan kruidenrijke graspercelen op het bedrijf van Emiel Stam in Spijk (gem. Zevenaar). Tijdens deze middag lag de focus op het uitwisselen van kennis en ervaringen rondom kruidenrijk grasland. Alles kwam aan de orde van inzaai tot het effect op diergezondheid en kwaliteit van de melk.

    Doel van kruidenrijk grasland

    Melkveehouders gaan vaak tweeledig aan de slag met kruidenrijk grasland door:

    • Inzet van extensief gebruik in het kader van agrarische natuurbeheer. Het gaat dan om graslanden met uitgestelde maaidatum voor het weidevogelbeheer, of extensieve beweiding. Deze percelen mogen de ondernemers vaak niet bemesten of alleen vaste mest opbrengen. Voor het weidevogelbeheer is een open structuur belangrijk voor de jonge vogels. De opbrengst is vaak minder dan 7 ton/ds/ha.
    • Inzet van intensief gebruik in de vorm van productief kruidenrijk grasland. Deze percelen mogen ondernemers wel bemesten en ze streven naar een hoge productie. Inzaai vindt plaats met een mengsel van gras en 10-30 kruiden. Deze ingezaaide percelen worden gebruikt voor maaien en beweiden.

    Ervaringen met productief kruidenrijk grasland bij Stam

    Emiel Stam heeft nu vier jaar ervaring met productief kruidenrijk grasland. Voor de start is veel kennis verzameld over de samenstelling van het kruidenmengsel. Daarbij is er rekening gehouden met de grondsoort en daarbij is gelet op de pH van de grond. Kruiden doen het beter bij een hogere pH. Ze worden alleen bemest, indien dat nodig is. Het moment van inzaaien is het najaar. Deze ondernemer heeft goede ervaringen met het inzaaien op zwarte grond. Daarnaast gebruikt hij mengsels met wel dertig verschillende kruiden. Dit doet hij om de aantrekkelijkheid van het landschap te vergroten en de biodiversiteit te verbeteren. Bij het zaaien is het belangrijk het zaad goed te mengen. Per hectare wordt de machine opnieuw gevuld met het mengsel van zaden. De bemesting vindt plaats met dierlijke mest en zijn verdeeld over 2 giften en vervolgens aangevuld met een kleine hoeveelheid kunstmest.

    Weiden en inkuilen

    Veehouder Stam laat zijn dieren grazen op de kruidenrijke graspercelen, terwijl hij deze percelen ook maait en dit gras vervolgens inkuilt. Bij de beweiding valt het op dat de koeien de kruiden selectief opvreten, dat kan per dier verschillend zijn. Emiel streeft ernaar de resten na de weidegang af te maaien en afhankelijk van het weer deze te oogsten.

    Bij het maaien en inkuilen probeert hij de brokkelverliezen zoveel mogelijk te voorkomen en kiest daarvoor een maaihoogte van ongeveer 12 centimeter. Hij maakt hierbij gebruik van een maaier, die in één gang het gras in wiersen legt. Het is het belangrijk na het maaien het gras direct in wiersen te leggen en vervolgens de volgende dag in te kuilen. Door te kiezen voor deze korte droogperiode ontstaan er nog geen harde stengels, dat zorgt ervoor dat de dieren het graag willen eten.

    De ervaring is dat in een droge periode de kruiden het beter doen, en in natte perioden de grassen. Dit heeft ook te maken met de hoge ligging van de dunne laag klei op het zand op dit bedrijf in Spijk.

    Voor het vervolg van het project Natuurinclusief Betuws Boeren zien de deelnemers graag een antwoord op de volgende vragen: Is doorzaai nodig wanneer het aandeel kruiden in het perceel afnemen? Ook moet uit de praktijk nog blijken kruiden het best passen op de grondsoort van zijn bedrijf?

    Verdienmodel

    De opbrengsten van het kruidenrijk gras zijn vergelijkbaar met Engels raaigras wanneer dit productiegras niet maximaal bemest wordt. Ook ervaart Stam in de praktijk dat zijn kruidenrijke graspercelen minder droogtegevoelig zijn. Voor de analyse van de voederwaarde is nog een verfijning nodig. De eerste indruk is wel dat deze wat lager ligt. De kosten voor het zaaizaad zijn aanzienlijk hoger dan reguliere mengsels.  

    Het verdienmodel voor Stam bestaat dan ook uit de volgende onderdelen:

    • Een financiële bijdrage voor een gevarieerder landschap;
    • Betere diergezondheid wat leidt tot lagere diergezondheidskosten;
    • Meeropbrengsten uit de verkoop van de producten uit zijn eigen zuivelbereiding (korte keten)

  • Natuurinclusieve fruittelers verdiepen zich verder in bloemenstroken

    Natuurinclusieve fruittelers verdiepen zich verder in bloemenstroken

    Eind april brachten enkele fruittelers een bedrijfsbezoek aan Gerrit de Geus Verweij uit Deil. Hier wisselden ze hun leerervaring met elkaar uit in het kader van het project Natuurinclusief Betuws Boeren.

    De voorlopige conclusies:

    • De bloemenrand levert al binnen een jaar meerwaarde voor bestuivers
    • Effect op bestuiving en oogstopbrengst kostte enkele jaren. Dit vraagt om geduld en zorgvuldig meerjarig beheer.
    • De huidige bloemranden hebben beperkte oppervlakte. Testen met een grotere oppervlakte is de moeite waard.
    • De (extra) kosten zijn terug te verdienen. Financiële winst is verwaarloosbaar, maar er is wel biodiversiteitswinst.

    Bloemenstroken belangrijkste onderwerp van gesprek

    Het nut en het beheer van de bloemenstroken is het belangrijkste thema in de discussie, naast het verhogen van de organische stof en mechanische onkruidbestrijding. Het zijn de drie thema’s waar ze aan werken. Ze zien de noodzaak het beheer van de bloemenstroken af te stemmen op een betere leefomgeving voor de nuttige insecten voor hoofdzakelijk de plaagbestrijding, maar ook bestuiving speelt een belangrijke rol.

    Aandacht voor beheer en maaibeleid…

    De deelnemers hebben inmiddels meerdere jaren ervaring met de bloemenstroken in de boomgaard. Na het opdoen van de ervaring met de aanleg van de bloemenstroken ligt de aandacht nu op het beheer: wanneer en hoe moet je maaien? Doel is om de natuurlijke vijanden tijdig het gewas in te krijgen en tegelijkertijd de bloemenstroken jarenlang effectief te houden. De deelnemers hebben behoefte aan nader onderzoek naar het effect van gevarieerd maaien, bijvoorbeeld op de Proeftuin Randwijk.

    …levert nog veel vragen op

    Voor de natuurlijke plaagbestrijding en het aantrekken van bijen voor de bestuiving is het nodig meer variatie in beheer aan te brengen in de bloemenstroken. Tot nu toe zijn vaak alle stroken tegelijk gemaaid. Maar gedeeltelijk of gefaseerd maaien van de stroken geeft een betere leefomgeving voor de insecten en de (wilde) bijen. Met de keuze voor het tijdstip van maaien is daarnaast te regelen dat natuurlijke plaagbestrijders en bijen op het goede moment de bomen opzoeken. Hoe dat te doen en met welk effect, daar zijn nog veel vragen over.

    Soms toch gewasbeschermingsmiddelen

    De deelnemers zien dat het tijd vraagt voor er een goede natuurlijke balans is gevonden met de aanwezigheid van nuttige insecten voor natuurlijke plaagbestrijding. De nuttige insecten moeten alle kans krijgen hun werk goed te doen. Lukt ze het niet de heersende plaag goed te bestrijden, dan grijpt de teler naar gewasbeschermingsmiddelen die goed integreerbaar zijn. Zit er niks anders op, dan kan het noodzakelijk zijn om gewasbeschermingsmiddelen in te zetten die in mindere mate integreerbaar zijn, dit om oogstderving te voorkomen.

    Evenwicht verstoord of kracht van de natuur

    Echter kan met gewasbeschermingsmiddelen het natuurlijk evenwicht in de boomgaard verstoord worden. Het vraagt dan tijd voordat de natuur weer hersteld is. Als mogelijk is het beter een brandhaard alleen op die plaats te behandelen en niet het hele perceel. Nieuwe technieken die in ontwikkeling zijn, kunnen hier mogelijk in gaan helpen, bijvoorbeeld het scouten van het gewas. De telers in het netwerk zijn hier door de jaren heen steeds meer bewust geraakt van de kracht van de natuur, evengoed dat je moet leren hier goed mee om te gaan. Het vraagt om de juiste kennis van de teler om dit goed te kunnen beoordelen.

    Genoeg wilde bestuivers dankzij bloemenstroken

    Ook is nog gekeken en gesproken over de bestuiving, de appels stonden nog mooi in bloei. Volgens teler Gerrit heeft hij de inzet van honingbijen dit jaar volledig achterwege kunnen laten. Dit omdat de bloemenstroken, in zijn alweer drie jaar oude mengsel, veel meer wilde bestuivers aantrekken. Daarnaast heeft hij twee jaar geleden in de grasbaan madeliefjes gezaaid. “Dat duurde even, maar dit seizoen was het volledig wit in de grasbaan en zoemde het volop”.

    Snoeihout blijft onder de bomen

    Om meer organische stof in de bodem te krijgen kiezen een aantal deelnemers ervoor het fijne snoeihout onder de bomen te laten liggen. Het grovere hout wordt versnipperd. Het heeft even tijd nodig, maar de bodem zie je ten goede veranderen, aldus de telers. Enkele telers willen het maaisel met een simpele aanpassing aan de machine het maaisel verspreiden over de zwartstroken onder de bomen. Dit verschraalt de bloemenstroken en levert twee voordelen op. Ten eerste verhoogt het het organisch stofgehalte. Ten tweede biedt het schuilgelegenheden aan voor natuurlijke vijanden.

    Verdienmodel met bloemenstroken

    WageningenUR doet onderzoek naar de verdienmodellen met de toepassing van bloemenstroken en natuurlijke plaagbestrijding. Het eerste onderzoek heeft plaatsgevonden voor de aanpak in de blauwe bessen. Onderzoeker Arjen de Groot heeft tijdens het bedrijfsbezoek een korte presentatie gegeven van het onderzoek. Daarbij is gekeken naar de invloed op de bestuiving, natuurlijke plaagbestrijding, behoud biodiversiteit en aantrekkelijkheid van het landschap.

    Bemoedigende resultaten

    Tijdens het bedrijfsbezoek bespraken de telers dat ze biodiversiteit juist willen en het goed mogelijk nog eens beloond gaat worden. Daarnaast probeert elke ondernemer het beheer slimmer en kostenefficiënter uit te voeren. Al met al waren er heel bemoedigende resultaten van dit onderzoek. In het najaar komt een soortgelijk onderzoek bij hardfruittelers in de Betuwe naar buiten. De groep kijkt uit naar de resultaten daarvan.

  • Betuwse akkerbouwers werken verder aan duurzaam bodembeheer

    Betuwse akkerbouwers werken verder aan duurzaam bodembeheer

    De akkerbouw deelnemers in het project Natuurinclusief Betuws Boeren gaan in 2022 verder met het opdoen van ervaring rondom duurzaam bodembeheer. Hun maatregelen zijn gericht op het stimuleren van het bodemleven. Dat betekent dat zij experimenteren met het toepassen van groenbemesters en niet-kerende grondbewerking. Ook hebben ze akkerranden ingezaaid voor meer biodiversiteit en een mooi landschap.

    De akkerbouwers hebben op hun percelen meer groenbemesters in het najaar ingezaaid. Hiermee hopen ze meer organische stof in de bodem te brengen. Deze organische stof is in principe het voedsel voor het bodemleven. Ze kijken daarbij ook naar de keuze van de groenbemester in relatie tot het gewas dat ze in het daaropvolgende jaar willen telen. In het voorjaar vraagt dit om andere bewerkingen dan bij de geploegde grond in het najaar. Eén van de deelnemers in het project heeft een demoveld aangelegd, waarin ze verschillende grondbewerkingen met elkaar hebben vergelijken en de groei van het gewas bieten hebben gevolgd.

    Ervaringen uit 2021 op een rij

    • Ploegen in de nazomer op (zware) kleigrond al dan niet in combinatie met een groenbemester leidt tot een vlak en droger zaaibed waardoor vroeg gezaaid kan worden met een gelijkmatige opkomst tot gevolg.
    • Ploegen laat in het najaar en winter brengt het risico met zich mee dat de bodemstructuur negatief wordt beïnvloed.
    • Het zaaien van een groenbemester, die de winter over blijft staan, leidt tot een goede structuur van de grond en levert daardoor een positieve bijdrage aan het stimuleren van nuttige bodeminsecten.
    • Bij ploegloze grondbewerking is in het voorjaar meer geduld nodig en er kan gezaaid worden wanneer de bodem voldoende opgedroogd is. Daarbij is het de vraag of de grond in het voorjaar nog licht moet worden bewerkt, zodat het zaad beter bedekt wordt tijdens zaaien.

    Demoveld 2021

    In het najaar van 2021 is een demoveld op een ander perceel aangelegd om onder andere (weers)omstandigheden opnieuw ervaring op te doen met de verschillende bewerkingen op kleigrond. Op een perceel zware kleigrond in Tricht is een vergelijking aangelegd tussen ploegen en ploegloze grondbewerking al dan in combinatie met de teelt van een groenbemester in de winterperiode.

    Naar aanleiding van de presentatie van Guido Sterk wordt ook een proef aangelegd in een perceel zaaiuien met stroken waarop facelia wordt geteeld. Het idee hierachter is dat natuurlijke vijanden door de teelt van facelia op deze stroken worden gelokt en dat na het maaien van deze stroken de natuurlijke vijanden het gewas intrekken en trips helpen bestrijden. Een mooie vorm van natuurinclusieve landbouw, die we in dit project de komende blijven volgen.
    Platform Natuurinclusieve Landbouw

  • Nieuwe factsheets met ervaringen over natuurinclusieve landbouw

    Nieuwe factsheets met ervaringen over natuurinclusieve landbouw

    Het tweede jaar van het project ‘Natuurinclusief Betuws Boeren’ zit erop. Veel deelnemers hebben voortgeborduurd op de maatregelen die zij in 2020 hebben getroffen op hun bedrijf. De resultaten vanuit de boomteelt en de fruitteelt zijn verzameld in een tweetal factsheets.

    In 2020 hebben de 24 deelnemers uit het project ‘Natuurinclusief Betuws Boeren’ samengewerkt aan het inpassen van natuurinclusieve landbouw in bedrijf. Zij zijn toen van start gegaan met verschillende experimenten. De ervaringen en bevindingen over het jaar 2021 zijn voor de  boomteelt en de fruitteelt gebundeld in een mooie factsheet, waarin onder meer aandacht is voor de leerervaringen. Daarnaast wordt aangegeven waarmee ze het komende jaar aan de slag.

    Meer informatie

    Klik hier voor de factsheets met resultaten over 2020.

    Klik hier voor meer informatie over dit project.

    Het project Natuurinclusief Betuws Boeren is een initiatief van ANV Lingestreek en De Fruitmotor en mede mogelijk gemaakt door Het Europees Landbouwfonds en de provincie Gelderland.  

  • Integrale aanpak plaagbestrijding vraagt om andere benadering

    Integrale aanpak plaagbestrijding vraagt om andere benadering

    Op dinsdag 15 februari luisterden de deelnemers van het project Natuurinclusief Betuws Boeren naar onderzoeker Guido Sterk van het bureau IPM Impact uit Vlaanderen. Hij heeft veel ervaring opgedaan in België en Nederland met integrale plaagbestrijding in de fruitteelt, boomteelt en akkerbouw. De combinatie van nuttige organismen, selectieve pesticiden, monitoring en andere maatregelen op het gebied van cultuurbeheer maakt het mogelijk om het aantal chemische behandelingen te verminderen en tegelijkertijd aanvaardbare plaag niveaus te tolereren. Uiteraard vraagt dit wel om maatwerk op bedrijfs- en perceelniveau.

    Zorg voor een goed bodemleven/ weerbare bodem

    Zijn belangrijke punt is zorg voor een goede bodem waarin veel bodemleven aanwezig is. Gebruik alleen selectieve gewasbeschermingsmiddelen zodat de nuttige insecten aanwezig blijven. Zorg voor voldoende organische stof in de bodem. Door zorg voor de bodem wordt op natuurlijke wijze al veel bereikt. Voor het behalen van een hoog productieniveau zal altijd nog het gebruik van selectieve gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn. 

    Guido Sterk van bureau IPM Impact deelt zijn ervaringen in Vlaanderen met fruit- en boomtelers in de Betuwe.

    Bloemenranden mooi om te zien, maar..

    Bij de geïntegreerde aanpak van de teelt zorgen de bloemenranden ervoor dat veel nuttige insecten worden aangetrokken. Echter moeten de natuurlijke vijanden niet in de bloemenranden blijven hangen, maar moeten het gewas intrekken. Wanneer er al te veel voedsel aanwezig is in de bloemenrand zullen de insecten het veld niet intrekken. Daarnaast is de afstand van de rand naar het midden van een perceel vaak te groot. Ook moeten de bloemstroken door de keuze van de bloemen geen broedplaats worden voor schadelijke insecten. Dit geeft een ander beeld van de bloemenranden. De bijdragen van bloemenmengsels binnen de IPM-aanpak wordt vergroot wanneer de juiste bloemen worden geselecteerd om tot een mengsel te komen, locatie van inzaaien op de percelen en het treffen van de bijbehorende onderhoudsmaatregelen.

    Kijk naar de omgeving van het perceel

    Kijk ook naar de gewassen en in de naaste omgeving van het perceel. Zij kunnen zowel goede als schadelijke insecten aantrekken, die van invloed zijn op je perceel. Het betrekken van de omgeving bij de beoordeling/aanpak van de gewasbescherming is belangrijk. 

    Succes van bloemenstroken (bankerfields) in het perceel

    Goede ervaringen zijn in de akkerbouw opgedaan met de toepassing van bankerfields. Deze kunnen goed aangelegd worden in de spuitsporen die toch al een lagere opbrengst geven. Belangrijk is de juiste keuze van de bloemen en de strook gefaseerd laten bloeien door de in bloei staande delen tijdig te maaien zodat de nuttigen het perceel verder intrekken. In de uienteelt zijn op de bestrijding van trips hier al goede ervaringen mee opgedaan.

    Uitvoering in het veld

    De beoordeling in het veld op de aanwezigheid en hoeveelheid insecten (zowel nuttigen als plaag) blijven momentopnames. Belangrijk is het frequent monitoren en het nemen van monsters. Vervolgens is fine tuning nodig om inzichtelijk te maken van welke natuurlijke vijanden dat er voorkomen en hebben deze een bijdragen op de aanwezige plagen of die zich mogelijk voor kunnen doen.  Adviseurs zullen hier belangrijke ervaringsdeskundigen in gaan worden. 

    Betekenis voor de praktijk 

    De deelnemers zien nu dat een goed bodemleven van belang is en hoe de geïntegreerde aanpak hier een belangrijke rol in speelt, bij de keuze van de selectieve gewasbeschermingsmiddelen. De keuze van de bloemen in de bloemstroken op het perceel en het beheer om de nuttige insecten hun werk te laten doen in het veld zijn onderwerpen in de experimenten voor dit jaar op de bedrijven van de deelnemers. 

    Het project Natuurinclusief Betuws Boeren is een initiatief van ANV Lingestreek en De Fruitmotor en mede mogelijk gemaakt door Het Europees Landbouwfonds en de provincie Gelderland.  

    Klik hier voor meer informatie over dit project

  • Natuurinclusief Betuws Boeren

    Natuurinclusief Betuws Boeren

    Vierentwintig agrarische ondernemers in de Betuwe en Land van Maas en Waal zijn in dit project in 2020 gestart met het toe- en inpassen van natuurinclusieve maatregelen op hun bedrijf. De deelnemers komen onder andere uit de fruitteelt, akkerbouw, melkveehouderij en boomteelt en gaan de komende drie jaar in de praktijk onderzoeken wat de natuur op, rond en onder het bedrijf te bieden heeft voor een duurzame landbouw en veilige voedselproductie.

    In het project Natuurinclusief Betuws Boeren gaan ondernemers aan de slag met het realiseren van meer biodiversiteit op hun bedrijf. Hiermee dragen ze bij aan een mooier landschap en benutten ze de toegenomen biodiversiteit wat zorgt voor het aantrekken van meer insecten voor een natuurlijke plaagbestrijding. Dit betekent minder input van gewasbeschermingsmiddelen, een betere bestuiving en een beter bodemleven  

    Binnen dit project in een lerend netwerk met boeren, adviseurs, onderzoekers gaan deelnemers experimenteren met diverse maatregelen over een periode van 3 jaar (2020-2022).

    Maatregelen per sector in 2020

    • De boomtelers starten met grasbanen en bloemenstroken tussen de rijen met laanbomen. Met de bloemenmengsels willen ze bereiken dat er meer insecten en natuurlijke vijanden komen voor natuurlijke bestrijding van schadelijke insecten; het gebruik van insecticiden kan dan minder worden.  In de zwartstroken onder de bomen gaan ze machines inzetten voor mechanische onkruidbestrijding.
    • De fruittelers zaaien bloemenstroken tussen de rijen. Vooraf is gekeken naar de samenstelling van het bloemenmengsel; hiermee willen ze de biodiversiteit bevorderen om meer bijen aan te trekken en natuurlijke plaagbestrijding te bevorderen.
    • De akkerbouwers zetten in op de toepassing van meerjarige akkerranden. Dit doen zij door een mengsel te kiezen met meerjarige kruiden. Het voordeel hiervan is dat de grond niet meer geploegd hoeft te worden, waardoor voedsel en schuilplaatsen beschikbaar blijven voor de insecten.
    • De melkveehouders starten met de uitwisseling van de ervaringen met kruidenrijk grasland. Ze kijken daarbij naar het optimale beheer voor het goed in stand houden van kruidenrijk grasland. Het hooi van het kruidenrijke grasland wordt gevoerd aan jongvee en/of droge koeien voor een betere gezondheid van de dieren en daardoor minder gebruik van antibiotica.

    Lerend Netwerk

    De deelnemers wisselen dit jaar ervaringen uit door op bezoek te gaan bij collega’s in de eigen sector maar ook in andere sectoren. Daarbij zien ze vernieuwingen die ook in hun eigen sector toepasbaar zijn; daarbij hoeven ze het wiel niet opnieuw uit te vinden als ze de ervaring uit andere sectoren kunnen gebruiken.

    Deelnemende partijen

    Agrarische Natuurvereniging Lingestreek en de Coöperatieve Betuwse Fruitmotor zijn de initiatiefnemers van dit project. Dit project sluit perfect aan op het voorgaande project, mede gefinancierd door Rabobank West Betuwe, waarin deelnemers hagen en bloemrijke akkerranden hebben gerealiseerd op hun bedrijven met als doel meer biodiversiteit en een mooier landschap te creëren.

    Eindproducten

    24 Deelnemers uit vier sectoren hebbben de afgelopen 3 jaar geëxperimenteerd met het toepassen van maatregelen die bij dragen aan een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. De resultaten en ervaringen zijn gebundeld in een overzichtelijke leaflet per sector. Download hier de flyers (2023) met de resultaten en ervaringen van de deelnemers:

    Leaflet: Toepassingen en ervaringen van natuurinclusieve maatregelen in de fruitteelt

    Leaflet: Toepassingen en ervaringen van natuurinclusieve landbouw in de akkerbouw

    Leaflet: Toepassingen en ervaringen van natuurinclusieve maatregelen in de boomteelt

    Leaflet: Toepassingen en ervaringen van natuurinclusieve maatregelen in de melkveehouderij

    Dit POP-project wordt mede mogelijk gemaakt door :

  • Akkerranden gemeenten Lingewaard en Overbetuwe

    Akkerranden gemeenten Lingewaard en Overbetuwe

    Met de gemeenten Overbetuwe en Lingewaard en Park Lingezegen werkt de ANV Lingestreek samen in het project ‘Bloemrijke Akkerranden’. Met zo’n 20 agrariërs wordt er in totaal ruim 14 hectare bloemrijke akkerrand aangelegd.

    Aan de rand van de akker vind je deze stroken. Graan en kruiden vormen de hoofdbestanddelen van het zaadmengsel wat gezaaid wordt. De randen zorgen voor kleur in het landschap maar bieden ook schuilgelegenheid, broedplek en voedsel voor vogels zoals de patrijs en de fazant. Maar ook de kievit wil de rand weleens opzoeken om te broeden. Ook de insecten weten de bloemen te vinden om van de nectar te snoepen. Zelfs de ree weet de rand te waarderen.

    In de winter blijft de akkerrand staan. In de stengels van de planten kunnen de insecten overwinteren en de zaden van de zonnebloem vormen een lekker hapje voor de vogels.

    Pak de fiets en volg de route langs de fietsknooppunten. U kunt de route vinden op www.gelderseroutes.nl. Via onze facebookpagina en onze nieuwsbrief houden we u op de hoogte van activiteiten rondom deze bloemrijke randen.

    Wilt u deelnemen aan het project, neem dan contact op de met de coördinator.

    Meer informatie

    Artikel in de Gelderlander: ‘Kleine vogels overleven hier’; nieuwe fietsroute door Lingewaard en Overbetuwe bezaaid met 40 bloemrijke akkerranden’


  • Weidevogels en patrijs

    Weidevogels en patrijs

    Meer informatie over dit project, lees je binnenkort op deze projectpagina.

    Lees nu alvast;

    Artikel Gelderlander: Betuwse bloemenstroken zijn een lust voor het oog én een lust voor de beestjes