
Het weidevogelseizoen is definitief van start gegaan. Dat betekent weer het veld in. In
de uiterwaarden langs de Rijndijk bij Heteren verzamelden vrijwilligers van de
werkgroep Weidevogels Overbetuwe zich deze week met een duidelijk doel:
kievitsnesten opsporen en markeren, zodat boeren er straks omheen kunnen werken.
De nieuwe jassen van de vrijwilligers zijn gesponsord door ANV Lingestreek.
‘Niet te kort erop kijken’, leert doorgewinterde vrijwilliger Harry van de Zandschulp uit
Heteren een beginner. Wie naar zijn schoenen staart, loopt het risico een nestje te missen –
of erop te stappen. Daarom trekken de vrijwilligers in een lijn door het veld, met zo’n vijf
meter tussenruimte, om de akker systematisch uit te kammen.
En met resultaat. Els van Ruth uit Heteren, nog maar net begonnen, vindt haar eerste nestje.
Piet Wiltink uit Indoornik registreert de vondst op zijn GPS-systeem, inclusief het aantal
eieren, terwijl Els de plek markeert met bamboestokken. ‘Wéér een, we hebben er vandaag
al zo’n twaalf’, zegt Piet.
Niet elk nest bevat eieren. ‘Er liggen ook veel nestjes zonder eieren’, legt Els uit. ‘Dat
noemen we draainestjes, plekken die het vrouwtje heeft afgekeurd.’ Of zoals Harry het met
een knipoog zegt: ‘Het ledikantje is niet goed genoeg.’
De nesten liggen verspreid over het hele perceel: op vlakke stukken met korte vegetatie én
op ruigere delen waar de klei gebarsten is. ‘Een maanlandschap’, noemt vrijwilliger José uit
Driel het. Met het GPS-systeem zijn de nesten later eenvoudig terug te vinden. ‘Hij piept
sneller naarmate je dichterbij komt’, aldus Piet – bijna als een metaaldetector.

De vrijwilligers dragen jassen die zijn gesponsord door de Agrarische Natuur Vereniging
Lingestreek. Die komen goed van pas in de wind. ‘En we zijn herkenbaar voor boeren en
andere grondgebruikers’, vult Cees Akkerman uit Randwijk aan. ‘Dan is meteen duidelijk wat
we doen.’
Het zoeken naar nesten is geen eenmalige actie. De groep legt flinke afstanden af, Harry zit
deze middag al op ruim 7000 stappen, goed voor zo’n vijf kilometer op één hectare. Het
eerste kievitsei van dit stukje Overbetuwe werd dit jaar gevonden door Jan Kerssies uit
Zetten. Hij is er blij mee, maar doet het meer voor de vogels dan voor hemzelf. ‘De echte
wedstrijd is iets goeds doen voor de natuur’, vat Cees samen.
Wanneer het gras straks hoger staat en de boer aan het werk gaat, weet hij precies welke
plekken hij kan ontzien. Dat vergroot de overlevingskansen van de kievit. De vrijwilligers
blijven het gebied volgen en komen terug wanneer dat nodig is.
